Ons kleine hondje heeft zo haar eigen karakter, en een opvallende gewoonte die steeds weer terugkomt: zodra ze een duif of meer in het vizier krijgt, verandert ze in een fanatieke jager. Ze spurt erachteraan met een felheid alsof haar leven ervan afhangt, en de duiven vliegen in paniek op – een wolk van veren, ritmisch fladderend in de lucht. Wat mij telkens weer opvalt, is haar reactie ná de actie. Ze blijft dan even staan, stokstil, en kijkt ze na met een blik die bijna dromerig aandoet. Het is alsof ze denkt: “Wauw, dát zou ik ook wel willen kunnen – vliegen, de lucht in, weg van alles.” Ze heeft een levendige geest, dat is duidelijk, en hoewel ze veel kan voor haar formaat, heeft de natuur haar nu eenmaal geen vleugels gegeven.
Er ligt iets triomfantelijks in haar houding na zo’n succesvolle opjaging. Haar staart gaat fier omhoog, haar pas wordt iets steviger, en ik zie gewoon hoe ze geniet van haar ‘overwinning’. En eerlijk gezegd: ik laat het haar ook gewoon doen. Keer op keer. Op dat plein, daar bij de fontein, waar altijd wel een paar nietsvermoedende duiven scharrelen.
Of dat pedagogisch verantwoord is? Waarschijnlijk niet. Maar ik ben eerlijk: consequent zijn is nooit mijn grootste kracht geweest, zeker niet als het om haar gaat. In theorie weet ik heus wel dat een hond behoefte heeft aan duidelijke regels en structuur. In praktijk ben ik vaak óf veel te mild – omdat ze zo aandoenlijk is in alles wat ze doet – óf juist te streng, als mijn humeur omslaat. Die wisselvalligheid zou haar moeten verwarren, maar vreemd genoeg lijkt ze zich er moeiteloos doorheen te slaan. Alsof haar instinct zegt: “Ach, het baasje bedoelt het goed.” En misschien is dat ook gewoon de aard van het beestje – van ons allebei.

Hoi... Ik ben Irene, bouwjaar 1967, en een gedreven schrijfster sinds 2002. Ik schrijf essays, columns en artikelen. Heb reeds een chicklit geschreven, ben werkzaam in de ICT en, tja, word thuis meestal wel herconditioneerd door mijn feline vriendje Coco en Shih Tzu, Kiki... 