Ooit las ik dat rouw heel rauw is; dat is waar. Bij vlagen bevind ik mezelf ineens in een identiteitscrisis, zo lijkt het immers. Het resultaat van op je zelf teruggeworpen worden. Want zelfkennis hier, echt niet! Laat staan dat ik nog moet leren mijn eigen beste vriend te worden.
En dan ben ik toch in wezen al jaren single. Eigenlijk mijn hele leven al. Het is nu voor het eerst dat ik mezelf toesta wat vriendelijker en aardiger voor mezelf te worden.
Ik kan me herinneren tijdens het mantelzorgen voor mijn demente moeder – en voordien ook – dat ik me zelf ook niet al te best voelde (lees: menopauzeperikelen). Maar daar werd niet naar gevraagd, ik moest wel. Ik moest door. En doen wat er van me verlangd werd, op dat moment. Mijn eigen welzijn werd subiet aan de zijlijn geplaatst. Geen tijd, geen zin, geen gevoel daarin.
Dat leerde me eigenlijk alleen maar te overleven.
Want genieten kun je op dat moment niet. Zo herinner ik me nu flarden van gesprekken – momentopnames – waarin ik mezelf weer terugzie als in een waas van zelfbehoud. Mijn leven stond ‘on hold’, en nu ik het weer kan gaan opbouwen besef ik dat ik dat niet noodzakelijkerwijs als ‘survivor’ hoef te doen, maar meer als mens die een identiteitscrisis bezworen heeft en zichzelf heeft leren waarderen als beste vriend van zichzelf.
Dat klinkt overigens een stuk romantischer dan het in werkelijkheid is. In werkelijkheid betekent het vooral dat ik tegenwoordig tegen mezelf praat alsof ik een verdwaalde peuter ben. “Kom op Irene, eerst eten, dan piekeren.” Of: “Nee schat, drie koffie en een plak kaas tellen niet als avondeten.” Zelfliefde blijkt verrassend weinig op een zenretraite te lijken en veel meer op jezelf streng toespreken terwijl je met een kruik op de bank ligt.
Toch zit daar ergens winst. Ik hoef niet langer alleen maar sterk te zijn. Ik mag moe zijn, verdrietig, onhandig en soms ronduit belachelijk onzeker. Misschien is dat uiteindelijk de weg door die rauwe rouw heen: ontdekken dat je niet eerst een compleet geheeld mens hoeft te worden om verder te mogen leven.
En eerlijk? Ik begin mezelf zowaar aardig gezelschap te vinden. Al is het alleen maar omdat ik altijd weet waar mijn leesbril ligt. Nou ja, meestal dan.

Hoi... Ik ben Irene, bouwjaar 1967, en een gedreven schrijfster sinds 2002. Ik schrijf essays, columns en artikelen. Heb reeds een chicklit geschreven, ben werkzaam in de ICT en, tja, word thuis meestal wel herconditioneerd door mijn feline vriendje Coco en Shih Tzu, Kiki... 