Een blog heeft soms ook een zwangerschap nodig

Bloggen is leuk. Anders had ik het waarschijnlijk geen ruim twintig jaar volgehouden. Sinds ergens in 2002 tik ik met enige regelmaat mijn gedachten het internet op. Soms luchtig, soms serieus, soms een beetje filosofisch en heel af en toe vraag ik mezelf tijdens het schrijven af waar ik in vredesnaam aan begonnen ben.

Mensen denken nog weleens dat een blog spontaan ontstaat. Alsof je achter je toetsenbord gaat zitten, drie keer diep ademhaalt en hoppa… daar rolt vanzelf een meesterwerk uit. Was het maar zo eenvoudig.

De werkelijkheid is een stuk rommeliger.

Niet alles wat ik meemaak, kan ik zomaar opschrijven. Niemand leeft op een eiland. Er zijn altijd andere mensen betrokken, situaties die nog lopen of emoties die nog niet helemaal zijn uitgekristalliseerd. Soms weet ik precies wat ik ergens van vind. Vaker weet ik alleen dát ik ergens iets van vind, maar nog niet wát precies.

En dan begint het interessante gedeelte.

Een gedachte nestelt zich ergens achter in mijn hoofd. Ze loopt met me mee tijdens het uitlaten van de hond, duikt op terwijl ik boodschappen doe en meldt zich steevast midden in de nacht wanneer ik eigenlijk zou moeten slapen. Langzaam krijgt zo’n idee contouren. Het zoekt verbanden, schuift met herinneringen en probeert ergens een logische vorm van te maken.

Volgens de psychologen zou je kunnen zeggen dat het een Gestalt moet krijgen: een afgerond geheel waarin alles op zijn plek valt. Ik noem het meestal gewoon ‘dat irritante stemmetje dat pas ophoudt als ik er eindelijk een blog over schrijf’.

Dat proces duurt soms dagen. Soms weken. En heel af en toe zelfs maanden. Niet omdat ik geen inspiratie heb, maar juist omdat ik de juiste woorden nog niet heb gevonden. Pas wanneer alles klopt, voelt het alsof ik de puzzel eindelijk heb gelegd.

En dan verschijnt er ineens een blog.

Het wonderlijke is dat lezers vaak denken dat ik hem “even” heb geschreven.

Ja hoor.

Net zoals een baby ook in een kwartiertje wordt gemaakt…