Mijn uiterlijk en ik

Tja jongens, ik heb een wat ingewikkelde relatie met mijn uiterlijk. Eigenlijk al mijn hele leven. Ergens diep van binnen ben ik er namelijk van overtuigd dat ik lang niet zo knap, leuk, geweldig, fantastisch, mooi en gezellig ben als de buitenwereld blijkbaar denkt.

Mijn haar bijvoorbeeld. Dat zit vrijwel altijd goed. Volgens anderen dan. Zelf weet ik er altijd wel iets op aan te merken. Mijn kapster bij Kinki krijgt inmiddels lichte paniekaanvallen zodra ze mij door de deur ziet komen.

Je ziet haar denken:

“Nee hè… daar heb je haar weer. Wat gaat ze nú weer verzinnen?”

Drie weken geleden was het weer zover.

Mijn haar was inmiddels lekker lang, ruim over mijn schouders. Eigenlijk was ik er best trots op. Naarmate het groeit, gaat het allemaal gezellig zijn eigen kant op krullen. Heel charmant. Wel een beetje arbeidsintensief, maar ach, schoonheid kent geen luiheid.

Toch zat er één klein probleempje aan.

Volume.

Of beter gezegd: het ontbreken daarvan.

Bovenop mijn hoofd hing alles een beetje alsof het ook geen zin meer had in het leven. Daarom leefde ik praktisch met die enorme haarklemmen waarmee je je haar strategisch kunt opsteken zodat het lijkt alsof je bewust voor een artistieke, nonchalante look hebt gekozen.

Maar op een dag was ik er klaar mee.

Ik wilde volume.

Veel volume.

Hollywood-volume.

Volume dat zijn eigen postcode heeft.

En dus toog ik naar de kapper.

Mijn kapster keek me aan alsof ze een naderende natuurramp zag aankomen.

“Wat zullen we vandaag eens doen?”

En ik sprak de woorden die mijn leven voorgoed zouden veranderen:

“Ik wil bovenop meer volume. Dus lagen. Veel lagen. Leef je uit.”

Ze viel even stil.

“Weet je het zeker?”

“Ja.”

“Écht zeker?”

“Ja.”

“HELEMAAL zeker?”

Dat had voor mij eigenlijk al een waarschuwing moeten zijn.

Maar nee hoor.

Vol zelfvertrouwen knikte ik.

Mijn kapster keek me aan met de blik van iemand die een peuter een schaar ziet oppakken. Vervolgens begon ze te knippen.

En jongens…

Wat.

Een.

Vergissing.

Toen ik in de spiegel keek, voelde ik onmiddellijk een golf van spijt door mijn lichaam trekken.

Mijn prachtige lange haar.

Weg.

Mijn volume?

Ja hoor, dat was er.

Samen met een kapsel dat eruitzag alsof ik persoonlijk ruzie had gehad met een bladblazer.

Ik was zó boos.

Niet op mijn kapster.

Niet op de schaar.

Niet eens op de spiegel.

Op mezelf.

Want wie had er ook alweer gezegd:

“Lagen. Veel lagen. Leef je uit!”

Precies.

Dat was ik.

En sindsdien kijk ik iedere ochtend naar mijn spiegelbeeld alsof ik getuige ben van een misdaad waarvoor ik zelf de hoofdverdachte ben.