Van Kastdrama tot Knuffelliefde

Chips, het is alweer drie weken geleden dat Cindy – mijn hondje – bij mij kwam wonen. Dat gebeurde toen mijn moeder op 25 juli naar het verpleeghuis Sonnevanck verhuisde.

In het begin vond ik het best spannend om haar samen met Coco, mijn kat, te laten. Cindy joeg Coco bij de eerste kennismaking meteen de logeerkamerkast op. Niet omdat ze gemeen was, maar gewoon omdat ze wilde spelen.

Aangezien ze allebei nog jong zijn, zag ik het al helemaal misgaan. Ik vreesde dat Coco met haar scherpe nagels het arme hondje te lijf zou gaan. Maar niets van dat alles – noppes, nada.

Sterker nog: Coco geeft Cindy nu lieve kopjes en kruipt tegen haar aan alsof ze haar grote liefde is. En Cindy? Die daagt Coco speels uit om mee te doen. Zó leuk om te zien.

Met het mooie weer van nu geniet ik ook extra van onze wandelingen. Het voelt alsof ik, samen met Cindy, even een frisse blik op de wereld krijg terwijl we buiten zijn.

De aard van het beestje

Ons kleine hondje heeft zo haar eigen karakter, en een opvallende gewoonte die steeds weer terugkomt: zodra ze een duif of meer in het vizier krijgt, verandert ze in een fanatieke jager. Ze spurt erachteraan met een felheid alsof haar leven ervan afhangt, en de duiven vliegen in paniek op – een wolk van veren, ritmisch fladderend in de lucht. Wat mij telkens weer opvalt, is haar reactie ná de actie. Ze blijft dan even staan, stokstil, en kijkt ze na met een blik die bijna dromerig aandoet. Het is alsof ze denkt: “Wauw, dát zou ik ook wel willen kunnen – vliegen, de lucht in, weg van alles.” Ze heeft een levendige geest, dat is duidelijk, en hoewel ze veel kan voor haar formaat, heeft de natuur haar nu eenmaal geen vleugels gegeven.

Er ligt iets triomfantelijks in haar houding na zo’n succesvolle opjaging. Haar staart gaat fier omhoog, haar pas wordt iets steviger, en ik zie gewoon hoe ze geniet van haar ‘overwinning’. En eerlijk gezegd: ik laat het haar ook gewoon doen. Keer op keer. Op dat plein, daar bij de fontein, waar altijd wel een paar nietsvermoedende duiven scharrelen.

Of dat pedagogisch verantwoord is? Waarschijnlijk niet. Maar ik ben eerlijk: consequent zijn is nooit mijn grootste kracht geweest, zeker niet als het om haar gaat. In theorie weet ik heus wel dat een hond behoefte heeft aan duidelijke regels en structuur. In praktijk ben ik vaak óf veel te mild – omdat ze zo aandoenlijk is in alles wat ze doet – óf juist te streng, als mijn humeur omslaat. Die wisselvalligheid zou haar moeten verwarren, maar vreemd genoeg lijkt ze zich er moeiteloos doorheen te slaan. Alsof haar instinct zegt: “Ach, het baasje bedoelt het goed.” En misschien is dat ook gewoon de aard van het beestje – van ons allebei.

Coco’s knuffelochtenden

Coco ligt vaak ’s morgens heel dicht tegen mijn gezicht aan. En ik kan je vertellen dat er niets fijner is dan ’s morgens in en met die liefde wakker te worden. Je zou er bijna een vent voor aanschaffen. 😉

Als ik dan eindelijk wakker word, strekt ze haar pootje uit en liefkoost ze zachtjes mijn wangen. Dat is zo snoezig dat ik haar liefst direct zou opvreten. Rare spreuk, dat. Want waarom zou je immers iets of iemand willen opeten?

Ze heeft alleen wel een allergie opgebouwd en heeft veel jeuk. Volgens mij is de allergie voor kip en granen. Dus heb ik haar op een bepaald dieet gezet, van speciaal voedsel. Nog een prijzig dingetje, dat. Ze heeft – gelukkig – geen vlooien, getuige de vlooienkam die ik, na een ware indringende zoektocht door dit chaotische huishouden, weer terugvond. Het kunnen natuurlijk ook de snoepjes zijn die ze altijd krijgt en waar ze bepaald dol op is. Toch eens proberen of ze andere snoepjes ook kan waarderen.

Die knuffeligheid – mind you – duurt altijd maar kort, want ze weet na een paar minuten al haar vlijmscherpe tandjes in mijn vlees te zetten. Heb nog nooit eerder een kat gehad die het bijten als een specialiteit had. En het dwingt me dan heel streng te zijn en haar te bestraffen. Maar ik ben niet zo’n consequente kattenmoeder. Dus de ene dag gaat het me beter af, dan de andere.

Gelukkig heb ik dan ook geen kinderen. Ik zou een bizar slechte opvoeder zijn. En daar spreekt mijn ervaring.