Dames, het wordt alleen maar beter!

Als jong meisje heb je geen idee wat je te wachten staat. Niet zozeer wat betreft de loop van je leven, maar vooral wat hormonen met je kunnen doen. Die hormonale schommelingen zijn voor iedereen anders – en gelukkig maar. Inmiddels ben ik 58 jaar en heb ik sinds kort het gevoel dat ik de zwaarste periodes achter me heb gelaten. En ik kan oprecht zeggen dat ik me nu prettiger voel en beter in mijn vel zit dan ooit tevoren.

Wat ik destijds enorm heb gemist, is begeleiding en steun tijdens de eerste hormonale fase: het begin van mijn menstruatie, die bij mij al op mijn elfde startte. Het was toen een groot taboe. Als elfjarige heb je geen flauw idee wat hormonen met je doen, hoe ze je soms volledig uit balans brengen en je op cruciale momenten in de steek laten. Toch werd het steevast weggewuifd met: “Ach joh, stel je niet aan.”

In mijn beste jaren had ik gerust een week PMS, gevolgd door de menstruatie zelf en daarna nog de nodige naweeën. Reken maar uit: drie van de vier weken per maand voelde ik me ziek of op z’n minst niet mezelf. En ondertussen dat knagende gevoel dat je er niet over mocht praten en je je nooit echt zeker voelde in je eigen lichaam.

Hetzelfde gold voor de menopauze, die bij mij al begon toen ik 41 was – ook vroeg. Maar goed, ik was waarschijnlijk altijd al wat vroegrijp, zowel als kind als later. Ook hier had ik geen enkel idee wat ik kon verwachten. Mijn moeder had het zwaar tijdens de menopauze, maar zij was rond haar veertigste geopereerd waarbij alles werd verwijderd. Dat was een heel ander verhaal, maar begeleiding of uitleg was er ook toen nauwelijks.

Nog steeds verzucht ik weleens rond half twaalf ’s ochtends dat ik me eindelijk goed voel. Al is mijn ochtendhumeur, dat ik al sinds mijn jeugd ken, weer in volle glorie teruggekeerd. Voor elf uur ’s ochtends kun je me dus beter niet aanspreken.

Wat ik misschien nog wel het meest jammer vind, is dat ik zo weinig houvast en leidraad heb gehad – zowel in mijn jeugd als in mijn volwassen leven. Waarschijnlijk is dat nog altijd het gevolg van een geneeskunde die grotendeels is gebaseerd op het mannelijk lichaam en de mannelijke gezondheid, en veel te weinig op die van vrouwen.

En misschien is dát wel de kern van het verhaal: dat het eerste écht goede boek over ons hormonale leven nog geschreven moet worden. Een boek dat niet wegwuift, niet relativeert en niet zegt dat we ons “niet moeten aanstellen”. Een boek dat vrouwen serieus neemt, van het elfjarige meisje tot de vrouw van bijna zestig. Tot die tijd blijven we onze verhalen delen, hardop en zonder schaamte. Want hoe meer we praten, hoe minder taboe er overblijft.

En geloof me, dames: het wordt niet alleen beter — het wordt eindelijk van ons.

Tijd om te overwinteren, elders

Nooit eerder heb ik de winter als zo naar ervaren. De kou als immens wreed want ik kan me niet warm genoeg kleden, de grijze dagen getuigen van een intense saaiheid waar niet doorheen te komen lijkt, en zelfs maar een glimpje zonneschijn kost deze winter blijkbaar te veel moeite. That is. Net als je denkt dat de zon nooit meer zal schijnen, zie ik vandaag warempel wat blauwe lucht aan de horizon en wat zonnestralen. Heb de neiging er in te gaan baden, al is het nog steeds te koud om je mét ‘zonder’ jas eraan te wagen. Dus volgend jaar, echt, ik ga dat overwinteren dus toch eens serieus overwegen.

Ik ben nog steeds bij vlagen gruwelijk chagrijnig, en echt ik schop mezelf soms danig, vanwege het afkicken van die nijpende rookverslaving. Het gaat goed. Al durf ik wel te stellen dat ik me niet echt waag aan gecompliceerde zaken, bang dat de nood aan die verrekte sigaret weer de kop op steekt. Natuurlijk ben je altijd banger dan nodig. Want heus, het valt me nog mee dat we inmiddels twee weken verder zijn. Zelfs van vapen word ik intens misselijk, dus ik kan wel stellen dat ik daarin ook niet echt een bevrediging vind om die stomme verslaving te voeden. Ik wil dat laatste ook helemaal niet.

Ik wil ook meer schrijven weer, want echt het schiet erbij in. Al durf ik dan wel te bekennen dat een afkickende blogger niet iets is waar je echt vrolijker van wordt. Maar ook daar verdien ik wel wat schoppen de juiste richting in…

Naakt geboren, zonder sigaret

Ik ben niet geboren met een sigaret in mijn mond. Alles in mij weet dat ik er nooit aan had moeten beginnen. Ik moet zeggen dat het me makkelijker afgaat dan ik had verwacht. Het zit ’m vooral in de gedachte — en in dat koppige besef — dat ik me roken simpelweg niet langer kan – én wil – veroorloven.

Ik voel me nu al helderder in mijn hoofd. That is: het lijkt alsof ik niet meer zo langzaam wordt aangetast door die klote rookwolken die mijn brein altijd continu bedwelmden. Want dat doen ze.

Ondertussen probeer ik mezelf af te leiden. Gek genoeg blijf ik hangen in die korte Facebookverhalen over het onrecht dat mensen – en meestal vrouwen – vroeger is aangedaan. Dat geeft mijn chagrijn tenminste wat voeding. En tijdverdrijf. Voor zolang dat verhaal duurt.

Ik adem tussentijds in, en adem dat ook weer uit, met bewustzijn. Het zijn van die korte momenten dat je beseft hoe je jezelf altijd hebt vergiftigd met dat roken.

Ondertussen, weet ik dat ik het ergste inmiddels achter de rug heb. De eerste 4 dagen ervaar ik altijd als om niet doorheen te komen, qua chagrijn. Als ik daar maar doorheen ben, dan gaat de zon weer een klein beetje schijnen. Ook voor mij.