Verwend? Of gewoon een beetje té gewend geraakt?

Nee, ik snap het helemaal. Echt waar. Je bent op huizenjacht. En dan gebeurt het: je ziet dat huis. Je hart maakt een sprongetje, je hoofd rekent alvast met gordijnen, planten en waar de bank moet staan. Het is liefde op het eerste gezicht — nou ja, bijna dan. Want er moet nog wel het een en ander gebeuren.

Dus je doet een bod. Je krijgt het huis. Hoera!
Maar ja… die vloer kan écht niet meer, hoewel het nog klokgaaf is. De keuken is duidelijk uit het tijdperk waarin mensen nog dachten het er nog wel even mee te kunnen doen. De badkamer en toilet zijn nog redelijk instapbaar, hoewel niet jouw eigen smaak.

Dus hup, aannemer erbij. Nieuwe vloer, nieuwe keuken mét bijkeuken (want zonder bijkeuken kun je tegenwoordig blijkbaar geen fatsoenlijk leven meer leiden), een frisse badkamer en vooruit — ook maar meteen een kakelnieuw toilet. Als je dan toch bezig bent.

En voor al die plannen klop je vol goede moed aan bij de bank voor een torenhoge hypotheek.

De bank kijkt.
De bank luistert.
De bank zucht zachtjes.

En zegt vervolgens: nee, doen we niet.

Verontwaardiging alom. Want hoezo niet? Iedereen wil toch een droomhuis? Iedereen verbouwt toch? En bovendien — je verdient het toch om mooi te wonen?

Maar ergens is het misschien ook een klein spiegelmomentje.

Want wanneer is “het huis naar je smaak maken” veranderd in “alles moet meteen perfect zijn”? Wanneer zijn we gaan geloven dat een woning pas leefbaar is als hij rechtstreeks uit een woonmagazine lijkt te zijn gewandeld? En al die mooie tv-programma’s dan? Zo hoort het toch?

Misschien — heel misschien — is dat oude keukenkastje nog prima voor een paar jaar. Misschien went die vloer sneller dan je denkt. En misschien heeft die badkamer alleen een plantje nodig en betere verlichting om ineens verrassend gezellig te worden.

Echt, mijn eigen badkamer dateert nog van jawel… 1981. Ik had geen geld, nog steeds niet. En het doet me niets, totdat daar het moment is dat het wél kán.

We lijken soms een beetje verwend. Niet omdat we luxe willen — dat is menselijk — maar omdat we vergeten dat een huis ook gewoon mag groeien. Net als wij.

Vroeger trokken mensen in een huis en dachten: mooi, een dak boven ons hoofd. 
Tegenwoordig denken we: mooi… maar waar laat ik mijn kookeiland van drie meter?

Dus ja, balen als de bank niet meegaat in je grootse plannen. Maar misschien is het ook een subtiele uitnodiging om het rustiger aan te doen. Om eerst te wonen, te ontdekken, te leven in plaats van meteen te perfectioneren.

En wie weet kom je er na een tijdje achter dat dat huis helemaal niet perfect hoeft te zijn.

Perfect is namelijk zwaar overschat.

Bovendien — een klein voordeel — als je niet alles tegelijk kunt verbouwen, houd je in elk geval nog geld over voor echt belangrijke zaken.

Zoals een belachelijk dure designlamp… die je vervolgens nooit aandoet omdat hij “meer voor de sfeer is.”

Dames, het wordt alleen maar beter!

Als jong meisje heb je geen idee wat je te wachten staat. Niet zozeer wat betreft de loop van je leven, maar vooral wat hormonen met je kunnen doen. Die hormonale schommelingen zijn voor iedereen anders – en gelukkig maar. Inmiddels ben ik 58 jaar en heb ik sinds kort het gevoel dat ik de zwaarste periodes achter me heb gelaten. En ik kan oprecht zeggen dat ik me nu prettiger voel en beter in mijn vel zit dan ooit tevoren.

Wat ik destijds enorm heb gemist, is begeleiding en steun tijdens de eerste hormonale fase: het begin van mijn menstruatie, die bij mij al op mijn elfde startte. Het was toen een groot taboe. Als elfjarige heb je geen flauw idee wat hormonen met je doen, hoe ze je soms volledig uit balans brengen en je op cruciale momenten in de steek laten. Toch werd het steevast weggewuifd met: “Ach joh, stel je niet aan.”

In mijn beste jaren had ik gerust een week PMS, gevolgd door de menstruatie zelf en daarna nog de nodige naweeën. Reken maar uit: drie van de vier weken per maand voelde ik me ziek of op z’n minst niet mezelf. En ondertussen dat knagende gevoel dat je er niet over mocht praten en je je nooit echt zeker voelde in je eigen lichaam.

Hetzelfde gold voor de menopauze, die bij mij al begon toen ik 41 was – ook vroeg. Maar goed, ik was waarschijnlijk altijd al wat vroegrijp, zowel als kind als later. Ook hier had ik geen enkel idee wat ik kon verwachten. Mijn moeder had het zwaar tijdens de menopauze, maar zij was rond haar veertigste geopereerd waarbij alles werd verwijderd. Dat was een heel ander verhaal, maar begeleiding of uitleg was er ook toen nauwelijks.

Nog steeds verzucht ik weleens rond half twaalf ’s ochtends dat ik me eindelijk goed voel. Al is mijn ochtendhumeur, dat ik al sinds mijn jeugd ken, weer in volle glorie teruggekeerd. Voor elf uur ’s ochtends kun je me dus beter niet aanspreken.

Wat ik misschien nog wel het meest jammer vind, is dat ik zo weinig houvast en leidraad heb gehad – zowel in mijn jeugd als in mijn volwassen leven. Waarschijnlijk is dat nog altijd het gevolg van een geneeskunde die grotendeels is gebaseerd op het mannelijk lichaam en de mannelijke gezondheid, en veel te weinig op die van vrouwen.

En misschien is dát wel de kern van het verhaal: dat het eerste écht goede boek over ons hormonale leven nog geschreven moet worden. Een boek dat niet wegwuift, niet relativeert en niet zegt dat we ons “niet moeten aanstellen”. Een boek dat vrouwen serieus neemt, van het elfjarige meisje tot de vrouw van bijna zestig. Tot die tijd blijven we onze verhalen delen, hardop en zonder schaamte. Want hoe meer we praten, hoe minder taboe er overblijft.

En geloof me, dames: het wordt niet alleen beter — het wordt eindelijk van ons.

Tijd om te overwinteren, elders

Nooit eerder heb ik de winter als zo naar ervaren. De kou als immens wreed want ik kan me niet warm genoeg kleden, de grijze dagen getuigen van een intense saaiheid waar niet doorheen te komen lijkt, en zelfs maar een glimpje zonneschijn kost deze winter blijkbaar te veel moeite. That is. Net als je denkt dat de zon nooit meer zal schijnen, zie ik vandaag warempel wat blauwe lucht aan de horizon en wat zonnestralen. Heb de neiging er in te gaan baden, al is het nog steeds te koud om je mét ‘zonder’ jas eraan te wagen. Dus volgend jaar, echt, ik ga dat overwinteren dus toch eens serieus overwegen.

Ik ben nog steeds bij vlagen gruwelijk chagrijnig, en echt ik schop mezelf soms danig, vanwege het afkicken van die nijpende rookverslaving. Het gaat goed. Al durf ik wel te stellen dat ik me niet echt waag aan gecompliceerde zaken, bang dat de nood aan die verrekte sigaret weer de kop op steekt. Natuurlijk ben je altijd banger dan nodig. Want heus, het valt me nog mee dat we inmiddels twee weken verder zijn. Zelfs van vapen word ik intens misselijk, dus ik kan wel stellen dat ik daarin ook niet echt een bevrediging vind om die stomme verslaving te voeden. Ik wil dat laatste ook helemaal niet.

Ik wil ook meer schrijven weer, want echt het schiet erbij in. Al durf ik dan wel te bekennen dat een afkickende blogger niet iets is waar je echt vrolijker van wordt. Maar ook daar verdien ik wel wat schoppen de juiste richting in…