Van de week dacht ik: vandaag ga ik het anders doen. Geen haast, geen to-do lijstjes, geen koffie in drie slokken naar binnen werken. Nee, die dag werd ik één met mijn innerlijke zen-koningin. Dus ik trok mijn meest sportieve outfit aan, zette mijn bril strategisch glamorous op mijn neus en rolde vol overtuiging mijn yogamat uit.
Ik keek mezelf nog even aan in de spiegel en dacht: dit wordt mijn moment. Rust, balans, souplesse… misschien zelfs een sixpack tegen lunchtijd.
De training begon veelbelovend. Ik ademde diep in, diep uit en deed alsof ik precies wist wat ik aan het doen was. Bij de eerste houding voelde ik me sterk. Bij de tweede houding elegant. Bij de derde houding vooral verward. Mijn benen stonden links, mijn armen rechts en mijn gezicht keek alsof ik belastingaangifte deed.
Toch gaf ik niet op.
Ik ging door naar de beroemde krijgerhouding. Daarna de neerwaartse hond. Daarna iets dat volgens de instructeur “een zachte overgang” heette, maar voor mij voelde als een technisch mankement in mijn heupen.
Na twintig minuten begon ik een spiritueel niveau te bereiken waarop ik mijn tenen niet meer voelde.
Maar toen kwam het mooiste onderdeel van de les: de eindontspanning.
“Ga lekker liggen,” zei de stem van de trainer.
“Sluit je ogen.”
“Voel de rust door je lichaam stromen.”
Nou… dat voelde ik.
Sterker nog: ik voelde helemaal niets meer.
Want nog geen twee minuten later lag ik daar luid snurkend op mijn mat, terwijl de rest vredig ademhaalde. Iemand moest me uiteindelijk wakker tikken met een opgerolde handdoek.
Dus wat heb ik vandaag geleerd?
Yoga brengt balans.
Yoga brengt rust.
En in mijn geval… yoga brengt vooral een uitstekend dutje.
Namasté.

Hoi... Ik ben Irene, bouwjaar 1967, en een gedreven schrijfster sinds 2002. Ik schrijf essays, columns en artikelen. Heb reeds een chicklit geschreven, ben werkzaam in de ICT en, tja, word thuis meestal wel herconditioneerd door mijn feline vriendje Coco en Shih Tzu, Kiki... 