Sommige mensen wandelen fluitend door het leven. Ik wandel eerder luisterend, zoekend en af en toe licht gefrustreerd richting de uitgang. Want laat ik eerlijk zijn: accepteren dat je niet alles meer hoort, blijkt geen hobbyproject voor een regenachtige zondagmiddag.
Het heeft me bijvoorbeeld járen van mijn leven gekost om uiteindelijk hoorapparaatjes te nemen. Jaren van ontkennen, wegwuiven en doen alsof iedereen gewoon mompelde. “Praat eens duidelijk!” riep ik dan, terwijl de rest van de wereld prima verstaanbaar bleek. Tot ik uiteindelijk toegaf: misschien ligt het niet aan hen. Pijnlijk inzicht.
Toen ik eenmaal hoorapparaatjes had, ging er inderdaad een hele nieuwe wereld voor me open. Vogeltjes floten. Klokken tikten. De koelkast bromde. Mensen fluisterden achter in de supermarkt. Ik hoorde ineens alles. Fantastisch… en totaal vermoeiend.
Want daar had niemand me voor gewaarschuwd: al die geluiden vreten energie. Serieus. Tegen de avond ben ik zó blij als ik die apparaatjes uit mag doen, dat het voelt alsof ik mijn bh uittrek na een lange werkdag. Rust. Stilte. Zen. Innerlijke vrede. Alleen nog ik en het zachte gesnurk van de hond en het spinnen van mijn kat.
Ik dacht eerlijk gezegd dat dát wel de laatste les zou zijn. Apparaten in, apparaten uit, klaar ermee.
Maar nee hoor.
Na een slordige dertig jaar ontdek ik nu pas dat ik eigenlijk alleen goed functioneer in één-op-ééngesprekken. Zet mij tegenover één persoon en ik bloei op. Gezellig, geïnteresseerd, scherp, gevat. Zet mij in een groep en het verandert in een persoonlijk rampscenario.
Dan vliegen gesprekken door elkaar, lacht iemand links, mompelt iemand rechts, vraagt iemand iets vanachter een schaal bitterballen en ondertussen probeer ik nog steeds te begrijpen waar het eigenlijk over gaat. Binnen twee uur ben ik compleet leeggezogen. Daarna is het klaar. Fini. Noppes. Nada. Mijn humeur pakt dan stilletjes zijn jas en vertrekt zonder afscheid te nemen.
Ook dát vraagt acceptatie.
De volgende stap is nog spannender: leren uitspreken dat twee uurtjes sociaal contact voor mij genoeg is. Dat ik niet wegga omdat het ongezellig is, of omdat iemand iets verkeerd heeft gezegd, maar simpelweg omdat mijn batterij op rood knippert.
Met mijn therapeute heb ik afgesproken dat dit mijn nieuwe leerproces wordt. Benoemen wat ik nodig heb, zonder schuldgevoel bij anderen neer te leggen. Het klinkt eenvoudig. “Ik ga naar huis, mijn energie is op.” Maar geloof me: voor sommige mensen is dat moeilijker dan het installeren van een IKEA-kast zonder handleiding.
Dus oefen ik. Stap voor stap.
En als het niet lukt, trek ik gewoon plots mijn hoorapparaatjes uit, kijk verbaasd om me heen en zeg: “Wat jammer… ik hoor ineens dat het tijd is om naar huis te gaan.“

Hoi... Ik ben Irene, bouwjaar 1967, en een gedreven schrijfster sinds 2002. Ik schrijf essays, columns en artikelen. Heb reeds een chicklit geschreven, ben werkzaam in de ICT en, tja, word thuis meestal wel herconditioneerd door mijn feline vriendje Coco en Shih Tzu, Kiki... 
1 Comment
Fijn dat je dit kan doen nu, jammer dat je dat niet eerder deed. Maar terugkijken heeft geen zin vind ik zelf. Ik leer ook steeds beter mijn eigen grenzen bewaken, niet altijd lukt het maar steeds vaker wel. Mijn vader vertelde me laatst nog dat hij bij wat moeilijker keuzes altijd de vragen ‘wat wil ik, is dit goed voor mij, vind ik dit leuk’ stelt. Deze vragen helpen mij ook bij het knopen doorhakken als ik het lastig vind om een keuze te maken.