Stuk

Soms ga ik stuk. Dan zwelg ik in de wetenschap dat ik alleen – helemaal alleen – levend werd achtergelaten door een dode vader, dode moeder en nog erger een dode broer. Dan zwelg ik in het alleen zijn. Hoe zwaar het voor mij voelt om alle besluiten te moeten nemen, met name in het alleen zijn. Dan voel ik vaak: laat maar.

Dat erin zwelgen sta ik mezelf toe. Voor een paar uur. Een dag. Hoogstens. Maar – gelukkig – is mijn brein dat sentimentele gejammer al na een paar uur goed zat. Dan wil ik door. Verder. Positiviteit. Mooie dingen bedenken. Vrolijk zijn en lachen tot mijn kaken er pijn van doen.

Dan lees ik verhalen, liefst van de gewone mens over “Waarom denken wij eigenlijk dat het hier van ons is?” en voel ik me nadien alweer waanzinnig gelukkig.

Want ik ben op de goede plek geboren, tot zover kerngezond, dus schatrijk. Ik moet niet – lees: mag niet – zeuren. Ik moet vrolijk zijn, dansen op de golven van het leven. Want ik heb de mazzel immers, dat ik op de juiste plek was geboren.

Dát. En niet anders…