Ik ben niet geboren met een sigaret in mijn mond. Alles in mij weet dat ik er nooit aan had moeten beginnen. Ik moet zeggen dat het me makkelijker afgaat dan ik had verwacht. Het zit ’m vooral in de gedachte — en in dat koppige besef — dat ik me roken simpelweg niet langer kan – én wil – veroorloven.
Ik voel me nu al helderder in mijn hoofd. That is: het lijkt alsof ik niet meer zo langzaam wordt aangetast door die klote rookwolken die mijn brein altijd continu bedwelmden. Want dat doen ze.
Ondertussen probeer ik mezelf af te leiden. Gek genoeg blijf ik hangen in die korte Facebookverhalen over het onrecht dat mensen – en meestal vrouwen – vroeger is aangedaan. Dat geeft mijn chagrijn tenminste wat voeding. En tijdverdrijf. Voor zolang dat verhaal duurt.
Ik adem tussentijds in, en adem dat ook weer uit, met bewustzijn. Het zijn van die korte momenten dat je beseft hoe je jezelf altijd hebt vergiftigd met dat roken.
Ondertussen, weet ik dat ik het ergste inmiddels achter de rug heb. De eerste 4 dagen ervaar ik altijd als om niet doorheen te komen, qua chagrijn. Als ik daar maar doorheen ben, dan gaat de zon weer een klein beetje schijnen. Ook voor mij.

Hoi... Ik ben Irene, bouwjaar 1967, en een gedreven schrijfster sinds 2002. Ik schrijf essays, columns en artikelen. Heb reeds een chicklit geschreven, ben werkzaam in de ICT en, tja, word thuis meestal wel herconditioneerd door mijn feline vriendje Coco en Shih Tzu, Kiki... 